Bedankt, tante Ka!


Het is zondag en de zon schijnt. Ideaal weer om te gaan fietsen. ‘Zou je dat nou wel doen?‘ waarschuwt tante Ka. ’Je vriendinnen zijn er niet en in je eentje…’ Ze maakt de zin niet af. Is ook niet nodig. Ik zie het voor me. Ik alleen een ‘stukje fietsen’. Bij elke bocht beslissen welke kant op. Verder? Of toch maar terug? Ik voel me al verloren als ik er aan denk. Nee, da’s niks voor mij. Ik ga maar weer met de zaterdagkrant op de bank zitten. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe tante Ka opstaat uit de rotan stoel. Hoofdschuddend en met een misprijzend trekje om haar mond. Ze mompelt iets waarvan ik alleen ‘lui’ en ‘beweging’ versta. Wat is ze toch ondoorgrondelijk. Doe ik precies wat ze wil, is het WEER niet goed!

De bank zit niet lekker. Het is gewoon te ‘binnen’. Ik blader door de krant. Morgen kan ik op de fiets naar mijn werk. Studiedag. In Schipluiden. Een vriendelijk fietstochtje van een paar kilometer. Ik zou alvast kunnen kijken waar het is. Ik pak mijn laptop, kijk op ANWB routeplanner en krijg een geweldige ingeving: Ik ga de ROUTE VERKENNEN! Dat is weliswaar exact hetzelfde als ‘een stukje fietsen’, maar het voelt totaal anders: Ik HEB EEN PLAN!

De routekaart ziet er uiterst simpel uit. Gewoon rechtdoor. Als ik de laptop wil dichtklappen legt tante KA haar hand op mijn arm. Ze kijkt me veelbetekenend aan. En inderdaad: Ik kan me veel routes herinneren waar ik ook zo’n snelle blik op de kaart wierp en dacht: ‘O, makkie!’ In het echt is het dan altijd minder duidelijk. Ik schrijf globaal zo’n beetje de straten en paden op en ga OP WEG.

De weg wordt al snel een fietspad. En het fietspad houdt plotseling bij een vlonder. HUH?! Gedesoriënteerd kijk ik op mijn blaadje. Ik wordt er niks wijzer van. Als ik weer opkijk komt er een pontje aanvaren. Dat is boffen! Ik rij mijn fiets op de pont, betaal en we vertrekken direct. Ik voel me alsof ik vakantie heb. En in zekere zin is dat ook zo. Dat zal morgen wel anders zijn, bedenk ik. Dezelfde route, maar dan moet ik op tijd ergens zijn. Misschien is het handig om te weten hoe laat de pont morgen vertrekt. De schipper kijkt verbaasd. Op maandag??! Dan vaart hij natuurlijk niet. Dan is er niemand die over wil steken. Ik zie voor me hoe ik daar dan had gestaan, met mijn briefje, starend over het water.

‘Zie je nou?’ fluistert tante Ka, ‘Hoe zinvol dat is, een stukje fietsen, met een PLAN?’
Ergens heb ik het gevoel dat het niet helemaal klopt, maar op dit moment kan ik niks anders dan haar helemaal gelijk geven. Tante Ka, hartelijk dank!

Share your thoughts